Home » Collecties » Favorieten » De ijsvogel
Al 293.038 bezoekers gingen je voor
“… Een opvallende vogel die vooral langs stromend water te vinden is …”
De ijsvogel lijkt voor veel Nederlanders op een ’tropische verrassing’. Zijn felblauwe bovenkant en roodbruine buik doen namelijk niet direct denken aan een Nederlandse vogel. Daarbij is het een schuwe vogel, die zich weinig laat zien. IJsvogels zijn typische viseters en ze komen dan ook veelal voor bij waterstroompjes, maar ook bij stilstaand water. Soms wordt de ijsvogel ook gezien in tuinen met een vijver. Het water moet in ieder geval schoon en helder zijn. Het is namelijk een zichtjager. In troebel water ziet hij geen prooi. Het nest bevindt zich meestal in steile oevers of in speciale nestelwanden.
De ijsvogel is een kleine vogel met korte pootjes en staart en een stevige nek. Wat vooral opvalt is zijn dolkachtige snavel. Van snavelpunt tot staart meet hij ongeveer 16 cm en hij heeft een vleugelspanwijdte van 24 tot 26 cm.
De Nederlandse naam “ijsvogel” heeft in principe weinig tot niets met ijs of winterse kou te maken. Het kan een verbastering zijn van de Germaanse naam Eisenvogel, wat ‘ijzervogel’ betekent. Deze naam slaat op de metaalachtige glans van het blauwe verenkleed. Een andere verklaring voor de naam is dat ijsvogels ’s winters wel eens bij het ijs werden gezien om uit een wak vissen te vangen.
De ijsvogel is een carnivoor en jaagt meestal op kleine vissen, maar ook garnalen, salamanders, insecten, kikkers en waterslakken staan op zijn menu. Prooidieren zijn 3 tot maximaal 10 cm lang. De ijsvogel zit meestal onbeweeglijk op zijn uitkijkpost, zo’n 1 tot 3 meter boven het water. Ziet hij een prooi, dan duikt hij met zijn snavel bijna loodrecht naar beneden het water in, waardoor het wateroppervlak met hoge snelheid wordt doorkliefd. Een ijsvogel kan wel tot een diepte van 1 meter duiken maar gaat doorgaans niet veel verder dan zo’n 25 cm het water in.

Na een succesvolle vangst verlaat een ijsvogel direct het water en gaat hij terug naar zijn uitkijkplaats. Hier slaat hij zijn prooi dood en die wordt vervolgens in zijn geheel ingeslikt. Bij een vis gaat eerst de kop naar binnen om te voorkomen dat uitsteeksels in zijn keel vast blijven zitten. Onverteerbare delen worden via een braakbal weer naar buiten gewerkt. In de winter blijft de ijsvogel in Nederland, maar je kunt hem wel verder weg van zijn broedgebied tegenkomen op zoek naar voedsel.
Tijdens strenge winters overleven veel ijsvogels het niet. Ze krijgen echter veel jongen waardoor de populatie toch in stand blijft.
De ijsvogel is bij Museum Klok & Peel te zien in zaal 5 in de beekvitrine